Een studiekostenbeding wordt tussen werkgever en werknemer afgesloten. Een werkgever wil graag investeren in zijn werknemers maar wil daarbij niet het risico lopen dat de werknemer net na het afronden van de studie voor een andere werkgever gaat werken en zijn kennis meeneemt.

De werkgever kan er dan voor kiezen een studiebeding overeen te komen. Hierin wordt opgenomen dat de werknemer de kosten van de studie moet terugbetalen wanneer de werknemer binnen een overeengekomen periode ontslag neemt.

Voorwaarden van het studiebeding

Aan het studiebeding zitten voorwaarden verbonden. Deze staan niet in de wet maar zijn in de jurisprudentie bepaalt. De Hoge Raad heeft de volgende voorwaarden bepaalt wil de werkgever een beroep kunnen doen op het studiebeding:

  • Er moet in staan dat wanneer de werknemer tijdens de studie of binnen bepaalde tijd na afronding van de studie vertrekt, hij de studiekosten moet terugbetalen;
  • De tijd waarin de werkgever verwacht voordeel te realiseren van de studie moet worden vermeld. Wij zien vaak 2 á 3 jaar terugkomen maar meer jaren is ook mogelijk;
  • Er moet opgenomen worden dat de werknemer naar ratio minder gaat betalen wanneer de tijd (zoals in het vorige punt omschreven) verstreken is. Dit moet gezien worden als een soort geleidende schaal. Is de helft van de tijd verstreken, dan dient slechts de helft van de kosten betaalt te worden;
  • Het studiekostenbeding mag niet in strijd zijn met andere wettelijke bepalingen. Zo moet een werknemer bijvoorbeeld altijd het minimumloon overhouden.

Voldoet het studiebeding niet aan deze voorwaarden? Dan is het beding nietig en kan de werkgever in beginsel geen beroep doen op het beding.

Daarnaast stelt de Hoge Raad het niet verplicht om het beding schriftelijk overeen te komen. Ons advies is altijd om dit wel te doen. Zo maak je goede en duidelijke afspraken en weten beide partijen waar ze aan toe zijn.

Wat als de werknemer ontslag krijgt?

Als een werknemer ontslag krijgt of zijn contract voor bepaalde tijd wordt niet verlengd is het in beginsel niet redelijk en billijk om de werknemer aan het studiekostenbeding te houden. Wanneer de werknemer ontslag krijgt vanwege verwijtbaar handelen van de werknemer zelf, kan dit anders zijn.

 

Op dit moment ligt er een nieuw wetsvoorstel bij de tweede kamer. Door Europese wetgeving is Nederland genoodzaakt de wet aan te passen. Als dit wetsvoorstel zoals het nu is voorgesteld is werkelijkheid wordt betekent dit dat er geen studiekostenbeding meer overeengekomen mag worden voor verplichte scholing.

In lid 3 van artikel 611a van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt dan namelijk opgenomen dat: ‘Scholing die de werkgever verplicht moet aanbieden is voor de werknemer kosteloos en wordt als werktijd beschouwd. Alle kosten die de werknemer moet maken in verband met het volgen van de scholing, zijn voor rekening van de werkgever. Als het mogelijk is moet deze scholing onder werktijd worden aangeboden.’’

Het studiekostenbeding is dus in ontwikkeling. Uiteraard zullen wij jullie de op hoogte houden van deze nieuwe wetten.

Heb je vragen over dit onderwerp of zit je met een probleem rondom dit probleem? Aarzel dan niet en neem contact met ons op.

janne.koole@faireadvocatuur.nl
076 – 850 18 21